Skip to content

Rebelle (2012)

by

Intelligente en ongeziene coming-of-age 

Tien jaar geleden ontspon bij Kim Nguyen, de Canadees-Vietnamese regisseur van de film, het idee voor Rebelle. Hij had toen net een artikel gelezen over een tienjarige tweeling die een guerrillaleger leidde in Myanmar en waarvan gezegd werd dat ze magische en spirituele krachten bezaten. Toen hij zich verder ging verdiepen in deze materie kwam hij tot de ontstellende vaststelling dat 50% van deze kindsoldaten meisjes zijn.

In Rebelle volgen we een van deze kindsoldates, de veertienjarige Komana (Rachel Mwanza), tijdens de meest cruciale jaren van haar ontwikkeling. In voice-over vertelt ze tegen haar ongeboren kind (!) hoe ze eerst tot rebel en daarna tot oorlogsheks is uitgegroeid. “Wij zijn rebellen. Respecteer je geweer. Zij zijn nu je nieuwe moeder en vader,” weerklinkt het wanneer Komona tot kanonnenvlees getraind wordt. We krijgen het allemaal voorgeschoteld al was het een bedtime story voor Komona’s ongeborene. Wat eens een ver-van-mijn-bed-show was, komt ineens vervaarlijk dichtbij.

Nguyen vertelt met Rebelle een intelligent en ongezien coming-of-age verhaal van een jonge meid die in extreme omstandigheden te snel volwassen moet worden. De manier waarop Nguyen dit verhaal vertelt is zonder meer opmerkelijk. Er wordt namelijk resoluut voor suggestie en verbeelding gekozen, in plaats van een bloederige cinéma vérité-stijl. Een piepende deur, meer heeft Rebelle niet nodig om ons uit onze slaap te houden.

Le Fils de l’Autre (2012)

by

Parabel van de verloren zoon

Wanneer tijdens een routine bloedtest aan het licht komt dat de Joodse Joseph (Jules Sitruk) bij zijn geboorte verwisseld werd met de Islamitische Yacine (Medhi Debhi), worden de levens van twee families flink door elkaar gegooid. Voeg hier nog het Arabische-Israëlische conflict aan toe en je hebt een goed recept voor een vertederend sociaal-drama.

Terwijl Lorraine Levy in haar korte œuvre enkel nog maar het lichtvoetige genre had verkend, zoekt ze nu met Le Fils de l’Autre nieuwe horizonten op. Hiervoor maakt ze gebruik van een format dat zijn strepen vooral bij het komische genre heeft verdiend, namelijk de omkering van de hoofdfiguren. De film toont echter overtuigend dat deze stijlfiguur ook voor drama een zeer interessante insteek kan vormen.

Door zijn spaarzame vertelling en het aangename ritme waarmee de film z’n kijkers rondleidt doorheen de twee totaal verschillende families, toont Levy zichzelf als een begenadigd verteller die weet om te gaan met een moeilijke materie. Le Fils de l’Autre is geen uitzonderlijke prent – hiervoor mist de film wat durf – maar wel een aangrijpend verhaal dat de hele rit weet te boeien.

Thy Womb (2012)

Brillant Filipijns filmfragment

Een tweede vrouw. Dat is wat het toegewijde echtpaar Shaleha en Bangas-An nodig heeft, daar Shaleha haar man niet het kind kan schenken waar hij zo naar verlangt. Pas wanneer ze na vele omzwervingen een betaalbare kandidate vinden (conform hun bruidsschat) stellen we onze sympathie voor de situatie in vraag: zo’n jong meisje voor de zichtbaar oudere Bangas-An? In een gearrangeerd huwelijk?

Van “oef, eindelijk” tot “ow, foute situatie”…  Nogal een mindfuck. Toch koppelen we ons niet los van de personages. Veel meer dan een oordeel te vellen over tradities schippert de Filipijnse regisseur Brillante Mendoza met Thy Womb tussen reportage en fictie. Met op de huid zittende en dynamische camerabewegingen – tollend rond danseressen en zwevend over de panoramische eilanden – wordt de kijker in het kleurrijke leven gezogen van het Filipijnse Bajauvolk.

Ondanks de wat ongelukkig gekozen filmaffiche bewijst Mendoza, na eerdere prijsbeesten in Cannes, Berlijn en Dubai, andermaal een begenadigd en sociaal bewuste illustrator te zijn van het Filipijnse dagdagelijkse leven.

(gezien op “Mooov”, Turnhout, 20 april 2013)

El Muerto Y Ser Feliz (2012)

Onorthodoxe road movie

Vaak zie je films die je zo goed vindt dat je er over blijft praten tot iedereen die je kent ze gezien heeft. Bijna even vaak zie je films die je zo slecht vindt dat je er over blijft zeuren tot je merkt dat iedereen die je kent de bar al heeft verlaten. Af en toe zie je een film waar je liever niet over praat. Niet omdat je met verstomming geslagen bent maar omdat het een klein pleziertje is dat je graag voor jezelf houdt. Zo een pleziertje is El muerto y ser feliz van Javier Rebollo.

De plot leest als een B-film. Een oude huurmoordenaar met drie tumoren ontsnapt met een doos vol morfine uit het ziekenhuis waar hij ligt te sterven. Ergens onderweg vindt hij een vrouw die hem zal vergezellen op zijn laatste tocht.

Zorgvuldig opgebouwde, korrelige beelden (de film werd op 16mm gedraaid) gaan vergezeld van een voice-over die je steeds op het verkeerde been zet. Er wordt gespeeld met genreconventies en verwachtingspatronen. Klassieke elementen van de road movie (een pistool, een panne, een vrouw, een wegrestaurant,…) worden onorthodox door elkaar gegooid. Maar de oefening wordt nooit steriel. El muerto y ser feliz pakt je helemaal in met zijn charme, humor en tederheid.

(Gezien op “Mooov”, Turnhout, 20 april 2013)

El Muerto Y Ser Feliz (2012)

by

Ruwe en korrelige road movie

Een terminale huurmoordenaar die, gewapend met een koelbox vol morfine, op een laatste reis vertrekt met een lifster. Dat is het verhaal dat Javier Rebollo in zijn derde langspeler wil vertellen.

De weg die Santos (José Sacristan) en zijn reisgezel Erika (Roxana Blanco) doorheen Argentinië afleggen, lijkt regelmatig de weidse landschappen en afgelegen dorpen van Bonnie and Clyde (1967) op te roepen. Dit kan misschien ook Rebollo’s voorliefde voor zijn oude Ford ‘Camborio’ en de look and feel van de Amerikaanse new wave verklaren. El Muerto Y Ser Feliz is hierdoor een ruwe en korrelige road movie geworden die te pas en te onpas breekt met narratieve en stilistische conventies en hierdoor soms vergeet echt origineel te zijn. Gezien zijn laatste shot – een vrij banale freeze frame – moet hij dit zelf ook geweten hebben.

Het is spijtig dat de film door deze experimenten eerder rommelig dan fris en overtuigend overkomt. Een interessante stijloefening, dat wel, maar aangezien al de ingrediënten voor een goede film, zoals de acteurs, de setting en de durf aanwezig waren, had er meer in gezeten.

(Gezien op “Mooov”, Turnhout, 20 april)

7 Cajas (2012)

Een film uit het hart die recht in de doos scoort

Straatschoffie Victor (Celso Franco) ruikt de kans van zijn leven wanneer hij een routineklusje voor een luizige maffioso moet oplossen. Sneller dan “Snel The Fly” zit hij tot over zijn oren in de problemen. Dit trotse product van de Paraguayaanse cinematraditie (20 films and counting) gaat schaamteloos de crowd pleaser-toer op en doet dat met verve en panache. Vinnige cameravoering en vlotte popdeuntjes complimenteren de duoregie van J.C. Maneglia & Tana Schémbori. Net wanneer het allemaal een beetje te serieus dreigt te worden, knipoogt de Gargameliaanse schurk (vooruitgestoken ende gele tanden, hoornen bril) gretig naar volkstoneel en weet daarbij het publiek immens te charmeren. Vaudeville, jazeker, maar wel verdomd goed gedaan. De bekoorlijke Lali González speelt sterke vrouw Liz naast Victor en positioneert zich meteen als de heldin van de film. Geen streng feministisch statement, maar een geruststellende herinnering dat niet elke griet een damsel in distress hoeft te zijn. Met 7 Cajas plaatst Paraguay zich stevig op de cinematografische kaart. Belgische distributeurs weten wat te doen.

(gezien op “Mooov”, Turnhout, 19 April 2013)